Martin Auer: De Vreemde Oorlog, Verhalen voor Vredeseducatie

   
 

Worteltjesplaneet

Please share if you want to help to promote peace!

Vertaling door Gerda Boel

Deze vertaling is nog niet nagekeken

De dagdromer
De Blauwe Jongen
Worteltjesplaneet
Angst
Opnieuw Angst
De Vreemde Mensen van Planeet Hortus
Foreword
Download (Alle verhalen in één print vriendelijk document)
Gastenboek
Over de vertaler
Over de auteur
Mail for Martin Auer
Licentie
Creative Commons licence agreement

Op een kleine planeet woonden eens mensen, die hard konden werken. Er woonden er ook, die niet zo hard konden werken.  Dan waren er enkele mensen die heel erg hard konden werken, en nog een paar andere mensen, die heel erg lui waren.  Het was dus met andere woorden net zoals overal in de ruimte. Alleen,  de luie mensen zowel als de hardwerkende mensen gooiden alles wat ze verbouwden - hoofdzakelijk verschillende soorten worteltjes - op een hele grote hoop, die ze met elkaar deelden. Maar zo was het niet overal.
Tot op een dag iemand van de harde werkers zei: "Nu hebben we er genoeg van. Wij ploeteren en zweten van 's morgens vroeg tot 's avonds laat, en de anderen, die de hele tijd lui lrondhangen en niets beter kunnen verzinnen dan naar de vogeltjes te fluiten, komen toch maar netjes mee onze wortelltjes oppeuzelen." En in plaats van hun worteltjes op de gemeenschappelijke hoop te gooien, zoals ze steeds hadden gedaan, legden ze ieder voor zich hun eigen voorraad aan, en aten ze tot ze dik waren.
De echte luiwammessen haalden hun schouders op en bleven gewoon verder eten van de grote hoop, en natuurlijk aten ze er meer van dan dat ze er zelf naartoe brachten.
De beetje harde werkers en de beetje luie mensen merkten op, dat nu iedereen minder had dan voorheen, want de echte harde werkers hadden natuurlijk steeds bijzonder veel worteltjes gebracht, veel meer dan ze zelf konden opeten.
Toen zeiden de beetje harde werkers: "Oke, wij gaan vanaf nu onze eigen worteltjes ook zelf bijhouden." En voortaan gooiden ze hun worteltjes ook niet meer op de grote hoop. In plaats daarvan maakte ieder van hen  zijn of haar eigen kleine worteltjesvoorraad thuis. En de beetje luie mensen deden hetzelfde. "We hebben geen andere keuze", zeiden ze tegen de luiwammessen.
En nu hadden ze allemaal hun eigen worteltjeshoop voor hun eigen huizen liggen, en als ze eens een andere soort wilden eten, die ze zelf niet hadden,  dan moesten ze gaan kijken of ze met iemand anders konden ruilen.
Al snel kwamen ze af en aan naar elkaars worteltjeshoop, en als, aan het einde van de dag, het werk eropzat, waren ze nog uren bezig met het ruilen van worteltjes, tot ze alle soorten in huis hadden gehaald die ze nodig hadden, of beter gezegd, die ze dachten nodig te hebben.
"Dat is me toch wat", zeiden de luiwammessen tegen elkaar. Voor hen was er natuurlijk niet langer de gemeenschappelijke worteltjeshoop, waarvan ze naar hartelust konden eten. Maar ieder van hen trok een andere les uit deze situatie. Sommigen zeiden: "Oke, dan zal ik wat harder moeten werken." Maar dat was niet zo eenvoudig, want wanneer iemand van hen een veldje gevonden had om zijn of haar worteltjes te planten, was er meestal wel iemand die zei :"He daar, ik heb hier altijd worteltjes geplant. Dit is mijn veldje."
Maar weer anderen trokken gewoonweg naar de huizen van de rijkere mensen, en namen van de aangelegde worteltjesvoorraden gewoon weg waar ze op dat moment zin in hadden om te eten. "Wij namen altijd van de gemeenschappelijke hoop. En nu er heel veel hopen zijn in plaats van die ene grote, dan zijn dat toch gewoon veel gemeenschappelijke hopen bij elkaar. In elk geval, wij nemen gewoon waar we zin in hebben."
Natuurlijk vonden de rijke mensen dat helemaal niet leuk, en een aantal begonnen hekken te bouwen rond hun worteltjesvoorraad. En al snel moest iedereen een hek voorzien rond zijn eigen voorraad, want hoe meer hekken er gebouwd werden, hoe meer de onverbeterde luiwammessen, die alles wilden laten zoals het was, gewoon naar de worteltjeshopen gingen,waarrond nog geen hek stond.
Het duurde niet lang, of iedereen, die zijn eigen worteltjeshoop had, had er ook een hek omheen staan. Na hadden ze, als hun werkdag erop zat, niet enkel turen werk met  het ruilen van de verschillende soorten, maar ook met het in orde houden en herstellen van de hekken, en met erover te waken dat niemand er overheen klauterde.
Na een tijdje begonnen sommigen te mopperen: "Vroeger konden we na het werk met z'n allen samenzitten bij de grote worteltjeshoop , we vertelden moppen en speelden haasje-over. Nu moeten we na het werk allemaal thuis blijven zitten om op onze wortels te letten en onze hekken te herstellen. En de volgende morgen zijn we gewoon doodmoe, en kunnen niet eens nieuwe worteltjes planten. Om bepaalde redenen hebben we nu veel meer omhanden dan vroeger, maar onze worteltjesoogst wordt er niet groter op."
Toen stelden sommige mensen voor om naar het oude systeem terug te keren, met de grote gemeenschappelijke worteltjeshoop. "Het is beter" zeiden ze, "om die enkele luie niksnutten te eten te geven, dan onszelf voortdurend af te jakkeren met ruilen en het steeds weer herstellen van die hekken."
Maar de rijkste mensen zeiden dan: "Nee, als we terugkeren naar het oude systeem, betekent dat dat niksen toegestaan is. Dan wil snel iedereen niksen en gaat er uiteindelijk niemand meer overblijven die  worteltjes wil planten, en dan verhongeren we allemaal."
"Maar dat gaat helemaal niet gebeuren," zeiden de anderen: "voor de meeste mensen is het gewoon veel te vervelend om te zitten niksen en naar de vogeltjes te fluiten. Geloof ons maar, er zijn er echt maar een enkelen bij, die echt lui willen zijn! Worteltjes planten is toch gewoon leuk!"
"Nee," zeiden de rijksten: "Worteltjes planten is helemaal niet zo leuk. Alleen worteltjes hebben, dat is pas leuk. Doen jullie je zin maar, en deel jullie worteltjes maar met de luiwammessen. Wij breken onze hekken in geen geval af!"
"Verdorie", zeiden enkelen van de beetje rijken: "Als de hele rijken niet met ons meedoen, dan kunnen we onze hekken ook maar beter houden. Zo veel hebben we nu ook weer niet, dat we het allemaal zomaar kunnen delen met de luiwammesen."
En de beetje armen zeiden: "Wel, als wij de enigen zijn die moeten delen, dan zal iedereen te weinig hebben. Daar kunnen we niet  aan meedoen. Wij zullen dus ook onze hekken moeten laten staan."
En dus deden ze gewoon verder zoals ze bezig waren. En zelfs terwijl iedereen best wist dat ze nu toch echt veel meer werk hadden dan vroeger, en bovendien niet meer worteltjes hadden, konden ze het toch niet terugkeren naar het oude systeen.
Maar er gebeurden wel enkele andere interessante dingen. Sommigen van diegenen, die geen grote velden hadden, gingen naar een aantal van de rijkeren toe, en zeiden: "Luister, als ieder van jullie mij elke dag enkele worteltjes geven, zal ik in ruil daarvoor op jullie worteltjeshoop passen."
Nog anderen kwamen met  een ander idee op de proppen: "Ik herstel de hekken van diegenen, die mij worteltjes geven."
En nog anderen gingen huis aan huis en zeiden: "Geef me wat van je worteltjes, en ik zal ze voor je ruilen, als ik elke vijfde wortel zelf mag houden."
Zo ging het een tijdje door, tot sommigen in hun haren begonnen te krabben en zeiden: "Eigenglijk zou ik nu toch meer tijd moeten hebben, maar in plaats daarvan moet ik nog meer worteltjes planten, zodat ik de hekkenhersteller, de nachtwaker en de worteltjeshandelaar kan betalen."
En weer trachtten sommige mensen de anderen te overhalen om toch terug naar het oude systeem van de gemeenschappelijke worteltjeshoop over te schakelen, en de hekken af te breken. Maar vreemd genoeg waren het niet alleen de rijksten, die tegen die idee waren, maar de armsten ook: "Willen jullie ons werk afpakken?" riepen de hekkenherstellers.
"Hoe gaan we dan ons brood verdienen?" riepen de nachtwakers.
"Wil je dat we omkomen van de honger?' riepen de worteltjeshandelaars.
Tja, en toen deden ze maar verder zoals ze bezig waren.

   
 

Deze site heeft zelf gepubliceerde inhoud door geregistreerde gebruikers. Als u opmerkt dat iets op spam of misbruik lijkt, neemt u dan a.u.b. contact op met de auteur.